Zeg eens eerlijk, krabt u zichzelf ook even achter de oren omdat u ineens denkt aan die ene hoek, tafel, ruimte waar de rommel vanzelf naartoe lijkt te wandelen? Ik heb er niet één! Eerlijk waar! Ik heb er helaas een paar meer dan één. Eens in de zoveel tijd krijg ik het op mijn heupen en dan is er een plekje waar mijn opruimwoede toeslaat. Mocht dat toevallig de kamers van de kinderen betreffen geef ik ze een week de tijd om zelf op te ruimen. Daarna volgt de methode ‘wasmand’: daar gooi ik alles in wat niet opgeruimd is. Dan hebben ze nog een dag (in de praktijk een week) en daarna volgt de vuilniszak voor alles wat niet opgeruimd is. Dan is het namelijk wel zover dat de woede toch wel bijna letterlijk is.

Toos zat het boek over Mariënheem 75 jaar weer eens door te bladeren en vond daarin een mooie foto, van melkrijder Gerrit Haarsman. De foto is nog uit de tijd dat de melkmachine en de melktank nog uitgevonden moesten worden. De melk werd in bussen van 30 L van de boerderij naar de melkfabriek gebracht. De boeren kregen de melk eens per twee weken uitbetaald. Dat uitbetalen ging in contanten, in bruingele papieren zakjes, met dezelfde melkrijders van de fabriek naar de boer. Om die zakjes stuk voor stuk bij de boer af te geven was teveel werk. Een brievenbus om de zak met geld in te deponeren was nergens aanwezig, laat staan dat er een touwtje uit de brievenbus hing, om de deur te openen. Wel stond op een boerderij de achterdeur de gehele dag open, ook al waren de boer of boerin soms in geen velden of wegen te zien. Daarom werd het zakje met melkgeld half tussen het deksel van de melkbus geklemd, zodat de boer of boerin, zodra ze in de buurt kwamen het melkgeld konden innen en daarmee was dan de “uitbetaling” van de fabriek een feit.

Rustig peddelend fietsten Toos en Hein naar het midzomerterrein bij manege Bartels. Hein had er nog steeds erg veel moeite mee dat het midzomerfeest geen “dorpsgebeuren”meer was , maar Toos had zin in een praatje, een visje en even “sfeer proeven” en Hein lustte wel een pilsje, dus fietste hij maar met Toos mee.

Sinds een aantal maanden ben ik geabonneerd op de National Geographic. Er liggen er veel nog in plastic verpakt in een laatje te wachten, maar soms kom ik er aan toe om er wat in te lezen. Veel interessante informatie – en je gaat soms ook ergens over aan het denken. Zo staat er in de nieuwste editie dat veel mensen liegen. En dat jokken bij een gezonde psychische ontwikkeling van kinderen hoort. Dat het wijst op een bepaalde intelligentie en het zich kunnen verplaatsen in de denkwereld van een ander. Na het boos worden zal ik daar eens aan denken als er een kind van mij gejokt heeft.