De zomervakantie is al weer weken voorbij, dus we hebben ons met z’n allen allang weer misselijk gegeten aan de chocoladekruidnoten. De winkels liggen ook alweer vol met kerstballen. Maar voor de Goedheiligman arriveert, dit jaar zonder publiek, hebben we nog een paar feestdagen: Halloween, Allerheiligen, Allerzielen. Ja, dat Halloween is een Amerikaanse opgepompte feestdag – maar ze is wèl afkomstig uit onze eigen contreien. All Hallow’s Eve betekent zoveel als de avond voor de gedenkdag voor alle heiligen.

Het leven zit eigenaardig in elkaar. Zo heeft de een alle geluk van de wereld en heeft de ander telkens tegenslagen. Zo gaat alles zo z’n gangetje, en zo stort alles om je heen in. Een ongeluk komt nooit alleen, zo zegt het spreekwoord. En als je dan midden in de penarie zit, aan het vechten tegen de bierkaai of lijdzaam moeten toezien hoe er geen vechten aan is, dan is het leven zwaar. Verbazing, verbijstering, boosheid, verdriet wisselen af.

Achter de wolken schijnt de zon en hoop doet leven. Maar of je uit zulke spreekwoorden dan ook daadwerkelijk goede moed kan halen is een andere zaak. De één gaat dat beter af dan de ander. Ook om me heen zie ik hoe de een het hoofd laat hangen en de ander weliswaar verdrietig of boos kan zijn, maar ook de kracht zoekt en vindt om ook de mooie kanten van het leven te zien en blijmoedig door te gaan, zo goed en kwaad als het kan. Ik bevind mij in de gelukkige positie dat ik onder die laatste categorie veel familie, vrienden en kennissen heb.

Jawel, het seizoen der tentfeesten is weer begonnen! De Kôle Kermse is alweer voorbij dit jaar en alle andere tentfeesten staan te trappelen. Ik sta niet zo te popelen om die feesten allemaal af te gaan. Ik heb het al eerder gezegd: ik hou niet zo van feestjes. Behalve dan de Ladies Night Mariënheem, die onlangs voor de tweede keer was georganiseerd. Ik heb me weer suf genoten! Glitters mag, stond op de uitnodiging en ik heb mezelf beglitterd. Neem een volle handtas mee, stond op de uitnodiging en ik heb van alles in mijn grootste handtas gegooid. Er is echter altijd baas boven baas: een strijkijzer had ik er bijvoorbeeld niet in maar eén van de andere feestgangsters wel!

Bij een kermis hoort muziek. Het weledel organisatricestrio bracht driestemmig een lied over bepaalde vleeswaren die op die avond niet aanwezig waren. We hadden een frisse start met de bingoronde met “Ja! Borstvoeding!, heb ik!” roepen en “Jij hebt ook Incontinentie!” aanwijzen bij de buurvrouw. Deze werd gevolgd door de muzikale bingoronde, die erg leuk was maar nog best moeilijk. Alles was wel met rood, liefde en harten, dus we streepten liefdevol K3, Nena en de Red Hot Chili Peppers af.  Tussen de bedrijven door kwam ‘de poets’ nog even schematisch uitleggen wat nu eigenlijk het verschil was tussen mannen en vrouwen. Best veel, zo bleek. De volle handtas kwam van pas bij een latere bingoronde waar lippenstift, pepperspray en een rode bh op de kaart moesten worden gelegd. Nee, het strijkijzer was niet nodig. De Tena Lady soms wel, jee wat hebben we gelachen!

Bij een kermis hoort ook een achtbaan. Of een reuzenrad, wat u wil. In ieder geval: hoogtepunten en dieptepunten. Daarvoor hoef ik echter niet naar een kermis. Voor ik mijn hart weer kon ophalen aan de Ladies Night zat ik namelijk vast in dat reuzenrad. Op het dieptepunt. In het donker. Dat is bepaald niet feestelijk, kan ik u vertellen. Alleen: het hoort erbij. Iedereen heeft in zijn of haar leven wel dieptepunten. Dat gaat meestal vanzelf weer over. Zo niet: roep om hulp. Dat heb ik gedaan en met een paar helpende handen kreeg ik het rad weer in beweging. Wat zeg ik: het schóót los en nu ben ik nog een beetje duizelig van die plotse opwaartse krachten.

Misschien scheelt het ook dat het seizoen der tentfeesten samenvalt met de lichte helft van het jaar. Het is langer licht, we krijgen af en toe alweer lentetemperaturen, de bloemen komen op en de bomen lopen uit. Jaaaaaaaa er zijn lammetjes in de wei en ook voor veel koeien breekt het weideseizoen zo zoetjes weer aan. Zonder jas naar buiten kunnen lopen, de warmte van de zon in je gezicht voelen, kijken naar een meesje dat nestmateriaal verzamelt: het zijn kleine geneugten die de kermis van de natuur ons gratis en voor niets levert. Ik ga er soms zomaar van zingen. Dat vinden mijn kinderen dan wel minder feestelijk, maar een kleinigheidje hou je toch.  Dan gaan ze maar buiten spelen, want dat kan nu ook weer veel meer.

Naar buiten! De natuur in waar alles tot bloei komt, naar de tentfeesten of gewoon lekker in de tuin of op het terras zitten. Meedoen in de mallemolen van het leven.

De vorst treed in, de ijsmeesters in ’t Fiestergoor in opperste paraatheid, winter!

Wees er snel bij, want het klimaat verandert in snel tempo zegt men. We hebben een bijzondere zomer achter de rug, dat is een feit en menig milieu-criticaster pakt dat aan om ons ervan te overtuigen dat we nog veel sneller aan de slag moeten met broeikasgas-reductie. Maar ja, hoe?

We rijden met veel meer mensen in meer auto’s veel meer kilometers dan ooit. De overheid ziet z’n kans schoon, om onder het mom van een beter milieu, wat extra accijns-inkomsten te genereren. U heeft geen keus, tanken moet, dat doe je niet voor de lol.

Ook vliegen kunnen we moeilijk laten. Schiphol mag niet groter worden, dus we willen er een vliegveld bij, Lelystad. Ook wij zitten straks in het fijnstof van de aanvliegroutes ervan. NRC checkte: een opstijgende Boeiing 747 stoot evenveel fijnstof uit als 1.000.000 (1 miljoen) vrachtwagens! Maar ja, we vliegen toch voor een weekend of midweek naar Londen of Barcelona, beetje scheef vind ik. Temeer daar vliegverkeer vrij gesteld is van ecotax, accijns, “vervuiler betaalt” enz. Voor de schone schijn planten vliegtuigmaatschappijen wat boompjes om de gewetens te sussen.  

Ander issue: dat wat van ver komt altijd beter. We halen meer en meer goedkope goederen uit Azië. Dat komt meestal met een zeeschip hier naartoe en ook die blijken veel vervuilender dan we ooit dachten. Nog los van een paar containers die in de Waddenzee vallen, goedkope goederen is leuk, maar het kent wel z’n prijs!

Gelukkig is er ook goed nieuws. De agrariërs: langzaam worden ze zeldzaam, maar ze doen het goed. De agrarische sector is de enige sector in Nederland die z’n emissie van broeikasgassen heeft gereduceerd en de emissiedoelstelling voor 2020 heeft gehaald (39% reductie). Het effect is helaas beperkt, want de agrarische sector is voor slechts 9% van de totale landelijke uitstoot verantwoordelijk. Dus echt zoden zet het niet aan de dijk, maar toch alle baat helpt wat. Ondanks de emissiereductie is er het afgelopen jaar voor € 90 miljard aan agrarische goederen geëxporteerd en dat brengt een bedrag in de staatskas van rond de € 40 miljard. Elke Nederlander profiteert daar dus flink van. Of je nu belastingbetaler bent of uitkeringsgerechtigde, als de overheid krap bij kas komt te zitten, dan bent U de melkkoe van de overheid.

Om het cirkeltje rond te maken: koester de agrariërs in je omgeving en de rest van Nederland/west Europa. Ze produceren kwalitatief zeer hoogwaardig voedsel, zijn wereldwijd koploper qua dierenwelzijn en lage belasting van het milieu. En dat alles voor een zeer schappelijke prijs.

Tied om de balk’nbriejpanne op t vuur te zett’n, betje lokaal slachtofval bakk’n. (reststromen benutten, no waste)

Op persoonlijke titel

Arjan Pakkert