Toen de dagen gingen lengen en de kans op gladdigheid minder werd, zette ik af en toe mijn fiets buiten om alvast aan het daglicht te wennen. Nee, ik ben geen fanatiek fietser. De auto doet het ook altijd. Maar vanuit de auto mis je dan toch die finesses, die je vanaf de fiets wel waarneemt. Nou ja, missen ... sommige dingen kan ik missen als – een hondendrol. Zoals die dikke drol die regelmatig midden op het fietspad naast de tunnel kan liggen. Dat de hond iets soms ietwat ongelukkig neerlegt, dat kan. Maar schuif het als baasje zijnde even in de berm! Van dit uitwerpsel kunnen we nog dagen-, soms wekenlang genieten. Andere dingen die ik op het fietspad zie zijn net zo fris. Ik ben niet afgestapt om het te controleren, maar ik denk toch echt dat ik zo’n rubber mutsje zag liggen. Zo één dat van die fanatieke zaadjes in de val laat lopen. Inmiddels leken alle zaadjes overreden of in de sloot verdronken.

Zo’n zestien jaar geleden, in een vorig leven, is het begonnen. Ik was nog niet op de hoogte van het bestaan van mijn man, laat staan dat ik er kinderen mee had. Ik was net afgestudeerd, net bezig in mijn eerste baan. Toen begon ik met een hobby die serieuze vormen aan zou gaan nemen: goochelen met zon, maan en planeten. De materie boeide me dermate dat ik er in een opleiding in ging volgen, maar door diverse omstandigheden brak ik die halverwege af. Na twee verhuizingen, drie banen, een bruiloft en een baby pakte ik de opleiding echter elders toch weer op. En het was net of er ergens van binnen een schakelaar werd omgezet: AAN.

Hein zat samen met Toos naar het journaal te kijken. De nieuwslezer gaf uitleg, dat er ook dit jaar in Friesland weer enige discussie was, of er wel of geen geen kievitseieren geraapt mochten worden. Onwillekeurig gingen de gedachten van Hein even terug naar zijn jongensjaren en het "eieravontuur" wat hij in die tijd beleefde.

Hein en Toos zaten weer aan de koffie. Hein met een beetje melk en een schepje suiker en Toos met alleen een beetje melk. Voor allebei was er een beschuit met kaas, geen gewone beschuit maar van die waldkorn beschuiten, met van die volle graankorrels die zo lekker achter het kunstgebit plakken en die je er niet vanaf kunt krijgen zonder het gebit uit de mond te nemen.